okt 282010
 

“Meneer Rutte, met mij. Neemt u het mij niet kwalijk dat ik u daar opbel, natuurlijk heeft u rust verdiend, maar ik moet u dringend spreken. – Ja, het liefst nu. – Nee, ik stuur een helikopter. Hij is al onderweg. Het hoort tot onze privileges, dat dit kan en mag. Als er weer eens een bank in nood verkeert en de directie u wil spreken, mag u natuurlijk hun helikopter niet gebruiken. Dat geeft weken moeilijkheden in de Kamer.

Overigens vind ik het voorbeeldig, hoe u met uw bijbaan omgaat. Dat geeft ook gedoe, maar u trekt zich er gelukkig niets van aan. Ik zou willen dat meer ministers zich serieus op scholen lieten zien. Zelf vindt u het nog leuk ook. En er is geen geld mee gemoeid. Een fraai voorbeeld hoe men volwassen met regels omgaat.

Misschien kunt u meneer, eh, Wilders ondertussen bellen, of hij ook komt. Hij zal toch in zijn beveiligde bunker zitten, of niet?”

“Meneer Wilders, goed dat u tijd gevonden hebt om te komen. De heer Rutte is net in de tuin geland, maar wil vast nog even zijn handen wassen. Thee of koffie? Overigens, wat ik u altijd al had willen vragen: wordt u er soms niet moe van, van zo’n bewerkelijk kapsel? Ik voel met u mee. Elke ochtend optutten. Maar ja, wij weten hoe belangrijk herkenbaarheid is, nietwaar, hahaha! Overigens hoeft u niets terug te zeggen. Ik weet uit de media dat u niet graag een inhoudelijk debat aangaat. Maar het leek mij handig dat u rechtstreeks hoort waarover we het zullen hebben –  Ah, welkom, meneer Rutte! Gaat u zitten.

Ter zake! De regering is nu eindelijk aangetreden, maar pakt geen enkel werkelijk probleem aan. Ondertussen houden de partijen zich weer bezig met bijzaken, zoals de kosten van het Koninklijk Huis en de grondwetswijzigingen over de functie van de Koning. Alsof ons land niet heel andere zorgen heeft.

Mag ik u helpen te relativeren? Onze ministeries geven jaarlijks miljarden uit aan adviesbureaus, omdat ze zelf niet meer de expertise in huis hebben om ons land te begrijpen. Onlangs schreef een gepensioneerde secretaris-generaal van een ministerie nog in de NRC dat ministeries uit gebrek aan domeinkennis nu niet eens meer weten wat ze aan adviseurs moeten vragen. Het adviseurschap groeit en bloeit, iedereen stuurt elkaar rapporten die nergens over gaan en laat zich daarvoor belachelijk veel betalen. Terwijl de Kamer zich druk maakt over de kosten voor een laagje verf op mijn huis. Ja, mijn personeel is duur, maar ze doen tenminste iets en sturen niet alleen rapporten en rekeningen.

Ik heb nagedacht of ik niet eens mr. Spong zou laten uitzoeken wat ik zou moeten krijgen als ik zo betaald werd als andere topadviseurs. Ik ken het land als geen ander, dat weet u heel goed. Terwijl ik geen partijpolitieke belangen heb, ken ik wel de machtsverhoudingen en heb ik goed contact met overheid en bedrijfsleven. Geen enkel adviesbureau dat daartegen op kan. En anders dan deze bureaus ken ik ook ons culturele leven door en door. Als Spong een rekening op het juiste niveau stuurt voor al mijn advieswerk van de afgelopen decennia, zijn we gauw van het gemopper over mijn uitkering af. Ik zie u bleek worden, meneer Rutte. Maar houdt u zich even in; er komt nog meer.

U kent de Grondwet. U weet heel goed wat daarin staat en wat niet. Deze meneer naast u wil het veranderen, maar zo ver komt het niet. Thorbecke en mijn betovergrootvader wisten heel goed wat ze in deze wet wilden hebben. “De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.” Kort en krachtig. En we hebben een mooie traditie. Zolang de ministers hun werk goed doen, stelt de Koning zich terughoudend op en weegt al zijn woorden op een goudschaal. – Kent u die uitdrukking, meneer Wilders? – Maar de staatsrechtgeleerden zijn het erover eens: als de Koning iets zou willen waarvoor de ministers niet de verantwoording willen dragen, kan hij dat gewoon doorzetten. De ministers moeten dan opstappen. Mijn moeder en mijn oma hebben mij veel verteld over hun ervaringen hiermee.

Ja mijn familie… We kunnen naar hiernaast lopen en wat portretten bekijken. Vijfhonderd jaar professioneel werk in het staatsbelang. Met af en toe een misser, zeker. Maar doorgaans hebben we telkens het soort leider geleverd dat het tijdperk nodig had, en dat blijven we doen. Tot nu toe heeft het volk ons nog altijd teruggeroepen, als het nodig was.

Ik denk, meneer Rutte, dat de tijd voorbij is waar we ons inhouden. We gaan weer regeren. “Minister” – een mooi woord, ook etymologisch. Geen machtsspelletjes, geen afleidingsmanoeuvres, geen gekke beloftes alleen om herkozen te worden. We pakken nu de echte problemen aan. Laten we de handen in elkaar slaan. En, meneer Wilders, we doen dat op basis van verdraagzaamheid en wederzijds respect. U heeft zich buitenspel gezet op het moment dat u mijn kersttoespraak over verdraagzaamheid een aanval op uw partij genoemd heeft. Uw logica geeft aan dat u niet normaal bent in uw hoofd. Geen wonder overigens, gezien uw eenzaamheid. Gaat u nu terug naar uw bunker, maar ik raad eens een goede vakantie en een therapie aan.

En wij, meneer Rutte, gaan nu regeren. Ik wil ook Job erbij; zwengelt u dat maar aan. Dan maken we een nieuwe foto op het bordes, niet zo scheef en krom als de laatste. Ik in het midden en u en Job netjes naast mij op de rode loper. Vreselijk, hoe u op de huidige foto naar rechts van de loper stapt.”

Hanno Wupper

  One Response to ““Meneer Rutte, met mij.””

  1. De bewuste foto staat bijvoorbeeld hier:
    http://www.telegraaf.nl/binnenland/10159090/__Kabinet_met_vakantie__.html

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>