okt 292011
 

U heeft wellicht al gelezen van Duran Renkema, de medewerker van de gereformeerde dr. K. Schilderschool in Oegstgeest die recent is geschorst omdat hij sinds kort samenwoont met een man. Weldenkend Nederland roept moord en brand omdat een homo in deze tijd toch niet meer zo behandeld mag worden. Wat een achterlijk gedoe van die zogenaamd christelijke schoolleiding! Maar is dat het echte probleem? In het Nederlands Dagblad van 1 oktober j.l. geeft de heer Renkema een interview en legt hij uit: hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Rond Pasen vertelde hij hen dat hij verliefd was geworden op een man, en daarmee gaf hij zichzelf de legitimatie om dan maar met degene samen te gaan wonen. M.i. is het probleem helemaal niet dat de nieuwe vlam van de heer Renkema een man is.

Verplaatst u zich nu even in mevrouw Renkema. Uw lieve man deelt u allervriendelijkst mee dat hij verliefd is geworden op iemand anders – man of vrouw doet nu even niet ertoe – en binnen de kortste keren verhuist hij van uw gemeenschappelijke huis naar een nieuwe woning, om samen te wonen met zijn nieuwe scharrel. Hij had u toch beloofd zijn leven lang trouw te zijn! Hij zou toch ook moeten weten dat verliefdheid komt en gaat, dat je je soms in een opwelling tot iemand aangetrokken voelt waarvan je niet veel later toegeeft dat hij/zij helemaal niet bij jou past! Hij zou dit toch als een (ouderwets gezegd) „kwade dag” moeten beschouwen, waarop de trouwbelofte óók van toepassing is! We hebben ook andere „kwade dagen” gehad en zijn weer bovenop gekomen. Toen hielden we de trouwbelofte – nu breekt hij haar. Dat mag volgens de nederlandse wet onder bepaalde voorwaarden: daarvoor is de scheiding ingesteld. Maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de scheiding nu al, een half jaar na de eerste verliefdheid, uitgesproken is, laat staan dat hij een geregistreerd partnerschap is aangegaan met zijn huidige „levens”partner.

Wat zou er gebeurd zijn als de heer Renkema verliefd was geworden op een andere vrouw? Als hij dan vrouw en kinderen had laten zitten en de indruk had gewekt dat hij dat wel oké vindt, zou iedereen (zelfs met een lichtere opvatting van huwelijkse trouw) gezegd hebben: best begrijpelijk dat de school hem dan niet meer als lichtend voorbeeld beschouwt en hem als voorlichter ongeschikt acht. Had hij maar moeten wachten tot de scheiding afgehandeld (en eventueel het nieuwe huwelijk aangegaan) was.

Haastwerk lost het probleem niet op

Maar ik wil ook nog iets schrijven over de zaak zoals ze waargenomen wordt: namelijk als een botsing tussen een fundamentalistisch-christelijke school en een homosexueel wiens enige „fout” is dat hij samenwoont met zijn liefste. Ik ben ervan overtuigd dat de ingeslagen weg geen echte oplossing zal voortbrengen. Op dit moment is geen sprake mogelijk van een open discussie, want voor beide partijen is de enige mogelijke uitkomst van te voren duidelijk: volgens het COC mag de leraar blijven, volgens het schoolbestuur moet hij gaan, en op korte termijn zal geen van de twee bereid zijn van standpunt te veranderen. Het gaat hier om diep gevoelde overtuigingen, die niet in het korte tijdsbestek dat een gerechtelijk proces biedt gewijzigd kunnen worden. Christenen laten zich leiden door de Bijbel en zullen haar niet naast zich neerleggen. Zij bevat teksten die homosexualiteit afwijzen; die teksten kunnen eventueel, na grondige studie, beschouwd worden als tijd- of cultuurgebonden. Dergelijke studie is gaande, maar heeft nog niet tot een bevredigend resultaat geleid. COC-leden laten zich leiden door hun overtuiging dat homosexualiteit geen afwijkende, maar een gelijkwaardige vorm van sexualiteit is en strijden voor sociale acceptatie in de zin dat de hele maatschappij de COC-normen tot de hare moet maken.

Op papier zal het COC wellicht een overwinning halen, in dit of in een later proces, maar in de praktijk zullen informele procedures ontstaan waardoor die openheid geen gevolgen heeft voor wie er daadwerkelijk een functie aan de dr. K. Schilderschool zal krijgen. Bij voorbeeld: wie in toekomst solliciteert zal als referentie een ambtsdrager van zijn kerk moeten opgeven. Die ambtsdrager kan mooi discreet gevraagd worden of de sollicitant op de gebieden van omgang met homosexualiteit, ongehuwd samenwonen of politieke activiteit van vrouwen wel op de lijn van de schooldirecteur ligt, en als we dan toch navragen ook zondagse activiteiten, alcoholgebruik, dansen, film en ander vermaak. Zelfs nog eerder kan de informele procedure beginnen: voordat de schooldirecteur een advertentie laat publiceren vraagt hij zijn collega’s of er misschien nog een betrouwbare kandidaat is (waarop hij daarna de advertentie afstemt).

De SGP heeft in haar vrouwenstandpunt iets dergelijks al gedaan: formeel staat het partijlidmaatschap open voor vrouwen, maar voor een vrouw is het praktisch onmogelijk om op een kieslijst te komen, door informele elementen in de kandidaat-selectieprocedure.

Wie door de mazen van een dergelijke screening glipt of tijdens zijn aanstelling aan een dergelijke institutie zijn mening verandert wordt daarna met even informele middelen weggewerkt. De collega’s trekken zich terug – een christelijke lesbienne met wie ik contact had vertelde me dat veel kerkleden zich van haar terugtrokken, vermoedelijk omdat ze niet wisten wat een gepaste omgang met haar situatie was –, communiceren meer en meer alleen nog formeel met de persoon in kwestie. Ook de baas komt niet meer eens even langs om een praatje te maken, een praatje waarin vaak ook het wederzijdse vertrouwen gesterkt wordt en terzijde nog herinnerd wordt aan bepaalde afspraken. Daardoor raakt de persoon geïsoleerd en gefrustreerd, totdat hij niet meer goed functioneert… Het gaat niet meer zo snel als een schorsing, maar binnen één à twee jaar is die man ook weg.

Denk daarom niet dat het afdwingen van openheid naar homosexuelen een vooruitgang is. De doorzichtige en openlijk geformuleerde regels die nu gelden zullen vervangen worden door een old-boys-network en mobbing, methoden die veel moeilijker door te prikken zijn en waar de kans op veroordeling veel kleiner is. Dat komt wellicht een sektarisch schoolbestuur goed uit, maar de werknemer wordt er de dupe van.

Hoe kan een oplossing eruitzien?

Ik weet het ook niet. Ik heb ervaren dat een positieve benadering van homosexuelen zonder dwang (dus zonder de hete adem van het COC in de nek) veel meer teweeg kan brengen dan ikzelf voor mogelijk had geacht. In jarenlange, open omgang met elkaar leert men elkaar op een manier kennen en waarderen die een gerechtelijk proces overbodig maakt. Maar ja – een gerechtelijk proces duurt geen jaren. Het geduld opbrengen voor een echte oplossing kan misschien alleen een tachtigjarige die zich erbij heeft neergelegd dat hij de meeste van zijn wensen en dromen niet meer in levenden lijve zal meemaken.

David N. Jansen

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>