sep 162011
 

Universiteiten leiden van oudsher niet alleen op tot specialisme in een wetenschapsgebied; ze dragen ook en vooral bij aan de academische vorming van studenten. Onze maatschappij heeft behoefte aan mensen met een academische attitude, die verder kunnen kijken dan tot de horizon van een vak en die kunnen helpen, de onbekende, onvoorzienbare problemen aan te pakken, die de toekomst zal brengen.

Academische vorming krijg je niet door te leren voor tentamens met voorgekookte vragen, waarop het antwoord bekend is. Die krijg je door samen te werken met anderen aan de grens van je wetenschapsgebied, je daarbij zelf te ontplooien en te leren, vrij en dwars te denken.

Docenten aan Nederlandse universiteiten willen daarbij graag leraar en mentor zijn. Maar door de enorme publicatiedruk hebben ze te weinig tijd, en bovendien hebben ze niet altijd zelf het leren goed geleerd. Dat hoort namelijk niet bij hun opleiding. Daarom is het academisch onderwijs voor verbetering vatbaar. Wetenschappers weten dat zelf ook, maar krijgen tijd noch middelen om daar iets aan te doen.

De regering, met in hun kielzoog de colleges van bestuur van de universiteiten en de decanen van de faculteiten gaan dit probleem nu eindelijk aanpakken.

Allereerst werd een bevolkingsgroep geïdentificeerd: de trage student. Nu weet elke docent dat de trage student evenmin bestaat als de Nederlander, maar niemand probeert in het publieke debat goed te kijken waarom sommige studenten langer over hun studie doen dan anderen en wat daarbij eigenlijk het probleem is. Sommigen studeren willens en wetens op halve kracht, omdat ze een eigen bedrijfje hebben, familie moeten verzorgen of het leven buiten de universiteit en buiten het land te leren kennen. Ze moeten het volle collegegeld betalen, maken maar voor de helft gebruik van de ressources van de universiteit en vallen verder niemand tot last.

De trage student moet dus aangepakt worden, net als in andere tijden andere bevolkingsgroepen. Let op de retoriek in de media.

Vervolgens wordt iedereen bang gemaakt: studenten, ook degenen die op een volwassen manier hun leven in eigen handen nemen, moeten met alle middelen afgeschikt worden dat ze “traag” worden; universiteiten moeten iedereen zonder vertraging door hun molen draaien. Dat bang maken gebeurt door middel van hoge boetes en strafkortingen in een tijd waarin toch al iedereen bang is om zijn existentie en ook aan universiteiten ontslagen vallen.

De colleges van bestuur en de decanen van universiteiten, toch al opgezadeld met financiële zorgen, grijpen tot de reddende strohalm: het Bindend Studie Advies. De afkorting BSA doet denken aan een afschuwelijke hersenziekte, en dat is het ook, althans op de manier waarop het nu geïmplementeerd wordt. Waar het vorig jaar nog onmogelijk was om die enkele student weg te sturen, die aan de universiteit al jaren op de verkeerde plek was, wordt nu iedereen over een kam geschoren: een computerscriptje bepaalt aan het eind van het eerste jaar op basis van tentamenresultaten, of men geruimd wordt. Van het ene uiterste naar het andere, in eerste instantie zonder aanzien des persoons. Studenten zijn nu tweemal bang en weten niet wat erger is: verhoogd collegegeld of verwijderd worden. Die angst breidt zich al aan het begin van de studie uit. Docenten, met hun weinige tijd en hun publicatiedruk zijn nu ook nog bang dat ze hun studenten dit moeten aandoen. Voor intensievere, persoonlijke begeleiding is er geen tijd.

BSE

BSE

En dan realiseren de leidingen van universiteiten met BSA zich opeens wat ze hebben gedaan. Als een student bindend weggestuurd wordt, zou hij best eens kunnen klagen over gebrekkige begeleiding. Dus moet de studiebegeleiding worden verbeterd. Nota bene niet omdat goede begeleiding een essentieel onderdeel van academische vorming is, maar om schadeclaims te voorkomen.

Docenten en onderwijsdirecteuren die in het verleden hun best deden om voor goede begeleiding van alle studenten te zorgen en daarvoor zelden de tijd kregen, worden nu overspoeld door ukazen waarin ze te horen krijgen dat tegenwoordig studiebegeleiding nodig is omdat we BSA hebben. Studenten, zo leren we, zullen een beroep doen op begeleiding, niet omdat ze die wensen om zich academisch te kunnen ontwikkelen of omdat ze in een moeilijke persoonlijke situatie zitten, maar omdat ze bang zijn voor het BSA.

Nu zijn er gelukkig opleidingen, die al lang tutoren of mentoren hadden: docenten die tijd krijgen voor persoonlijke begeleiding van een overzichtelijk groepje studenten. Dat was eervol en aardig werk voor mensen met oog voor individuele studenten. Juist deze groep is nu echter uitverkoren om de universiteit te helpen zich in te dekken tegen schadeclaims. Er zijn datenbanken die de voortgang van studenten en hun begeleiding moeten documenteren voor het geval dat. Gesprekken tussen mentor en student moeten op een elektronisch formulier gedocumenteerd en in de database ingevoerd worden. Elk negatief puntje moet onmiddellijk worden bijgehouden. Die database is niet gepresenteerd als middel voor de mentor om zijn werk goed te doen en zelf het overzicht te houden, maar als middel van de organisatie, zich tegen schadeclaims en trage studenten in te dekken. De mentor wordt dossiervormer.

De volgende logische stap is natuurlijk dat de universiteit BSA-schade verhaalt op de mentor, als die zich zelf niet ingedekt heeft met zijn documentatie.

Wie bereid was mentor te zijn omdat hij dit in de academische gemeenschap wenselijk vond, zit opeens aan de knoppen van een legbatterij. Iemand met een beroepsopleiding technisch procesbeheer zou dit werk beter kunnen doen, maar men doet het, want anders dreigt ontslag of nog meer publicatiedruk.

 

Wie zonder kleerscheuren door dit systeem gestroomd is en zo zijn academische vorming nieuwe stijl heeft verkregen, past perfect in onze maatschappij, dat wel.

Hanno Wupper

  One Response to “De angst regeert”

  1. Lijkt erg op een afrekencultuur, dus in feite meritocratie zonder inhoudelijke, dus kwalitatieve borging.

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>