feb 292012
 

Concert in de Vereeniging. De bezoekers hebben betaald. De kaartjes zijn niet aan een plaats gebonden, daarom komen veel mensen al een half uur voor begin om een goede plaats te krijgen. Precies om 20:15, het begintijdstip uit het programmaboekje, gaan de deuren van de zaal dicht. Wie ook maar een paar seconden te laat komt moet wachten tot de pauze.

Even later verschijnen de solisten. Ze worden door beleefd applaus begroet. Dan wordt het muisstil, en het concert kan beginnen.

 

College aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Veel studenten kiezen plaatsen op de achterste rijen, terwijl voorin de zaal veel plaatsen vrij zijn. Achterin kan men niet goed lezen wat geprojecteerd wordt. Achterin kan men de docent minder goed verstaan. De studenten weten dat de docent graag interactief les geeft en het op prijs stelt dat de afstand niet te groot is. Toch moet hij regelmatig mensen van de achterste rijen vragen om op de lege rijen voorin de zaal plaats te nemen. Bijna elke week weer.

Als de docent eenmaal het woord heeft, ervaart hij geen ordeprobleem. Studenten luisteren goed, discussiëren mee en praten niet zo hard met elkaar dat de docent daar hinder van heeft. De docent hoort af en toe, dat sommige anderen in de zaal wel last hebben van gesprekken van hun medestudenten. Andere docenten klagen regelmatig over een groot ordeprobleem. Ze weten niet hoe ze de zaal stil krijgen.

De docent heeft met plezier zijn college voorbereid en verheugt zich op de twee uur interactie. Het college zal ook worden opgenomen, zodat mensen die geen behoefte hebben aan interactie het vanuit thuis kunnen bekijken en beluisteren.

Docenten aan een universiteit worden niet begroet. Dat is afgeschaft. Ze moeten zelf uitmaken of studenten waarderen dat ze er zijn. Ook zijn er altijd studenten die te laat komen. Aan het begin duurt het minuten tot het stil wordt. Daarna verloopt het eerste uur goed. De docent geeft voor de pauze aan dat hij na de pauze graag meteen wil beginnen zonder minuten lang te wachten tot het stil wordt.

Na de pauze maakt de docent duidelijk dat het college begint. Ongeveer de helft van de studenten heeft dit door. De andere helft zit vrolijk te praten. Enkele staan met hun kont tegen de docent gekeerd. De docent probeert drie, vier keer de aandacht van de zaal te vangen. Hij ziet dat hij de aandacht van ongeveer de helft heeft. Sommigen grijnzen met een houding van “Wat gaat hij nu doen?” Niemand, maar dan ook niemand probeert de mensen in zijn omgeving erop te wijzen dat ze nu eens stil moeten zijn en gaan zitten. Geen gebaren, geen “ssst” of “stilte!” Wel her en der een vrolijke grijns. Er is geen enkel signaal van “wij zijn samen hier om samen iets van het college te maken”. Het voelt als “zoek het maar uit!”

Na lange minuten houdt de docent het voor gezien en pakt zijn spullen. De zaal valt opeens in apathie. Niemand zegt: “wacht nu even!” Nu is er gelegenheid om met elkaar te bespreken hoe nu verder, maar dat gebeurt niet. Er loopt ook niemand achter de docent aan om hem terug te halen.

Weinig later krijgt de docent el een formele klacht per e-mail:

Beste meneer Wupper,

Vandaag hebt u tijdens de les “Beweren en Bewijzen” om 14:48 uur het college vroegtijdig beëindigd en de collegezaal verlaten.
Dit naar aanleiding van het feit dat er na de pauze een aantal studenten te laat was en u hen tevergeefs hebt gemaand om stil te zijn.
In plaats van de aanpak op die groep te focussen, hebt u hier vele andere welwillende studenten mee gedupeerd. Om mijzelf als voorbeeld te nemen, ik moet helemaal vanuit […] komen voor dit enkele vak, maar ben nu 45 minuten college misgelopen. 
Ik heb dit voorval bij de opleidingscommissie neergelegd en hoop dat dit soort gevallen in de toekomst anders opgelost kunnen worden.
Met vriendelijke groet,
[…]

Er komt geen mailje in de trant van: dit ging mis, hoe kan het in de toekomst beter?

Samenvatting: De docent krijgt geen signalen dat zijn lessen op prijs gesteld worden; hij weet niet waarom mensen komen en dan op de achterste rij gaan zitten en met elkaar praten; de docent ervaart een gebrek aan beschaafdheid en beleefdheid rond het begin van de colleges zo als het in concerten of bij conferenties onvoorstelbaar is. Vooral is de docent eenzaam: niemand helpt.

Overigens heeft de docent geen faciliteiten om “de aanpak op die groep te focussen“: geen geweren met rubberen kogels, geen zaalwachters en geen opleiding tegen recalcitrantie.

Da vraag is waarom het in de Vereeniging wel werkt maar aan de RU niet.

Hanno Wupper

  20 Responses to “De eenzaamheid van de docent”

  1. Ik merk inderdaad, vooral bij eerstejaars vakken, ook een gebrek aan beschaafheid en motivatie. Toch denk ik dat het beëindigen van het college geen goede reactie is, de welwillende studenten worden inderaad hierdoor gedupeerd. Het indienen van een klacht vind ik vervolgens ‘vrij kansloos’. In eerste plaats omdat dit direct via de opleidingscomissie wordt gespeeld, de student had eerst met de heer Wupper in gesprek moeten gaan. Het tweede punt is: het is wel erg gemakkelijk om achteraf een klacht in te dienen, had dan zoals de heer Wupper aangeeft, tijdens het college van je laten horen.

  2. Een andere methode die mijn zwager als gastdocent op de Pabo wel vaker heeft toegepast is een aantal rijen (altijd de achtersten, niet verwonderlijk) om de zaal te verlaten voordat het college wordt voortgezet.

    Dit heeft ook meerdere malen klachten opgeleverd en mijn zwager werd aangegeven (door de opleidingsdirectie) dat deze methoden niet meer werden toegepast. Uiteraard was hij het hier niet mee eens en zal dit blijven toepassen indien zulkte tafferelen zich herhalen.

    Dit zou wellicht nog een mooie oplossing zijn, waarbij als ook dit niet helpt zelf het lokaal maar verlaten mijns inziens een juiste keuze is vanuit de docent. Helaas zijn studenten – of moet ik zeggen scholieren – dit niet meer gewend dus krijg je dergelijke vreemde reacties.

    Respect voor elkaar is helaas ver te zoeken in de hedendaagse collegeomgeving.

  3. Dit commentaar is door een student geschreven. Maar niet alle gedachten die genoemd worden zal hij ondersteunen. Hij probeert zich algemeen in de rol van een student de verplaatsen om duidelijk te maken waarom problemen als bovenstaande op kunnen treden. Het commentaar is hierbij een soort brainstorm of eerste spontane reactie. Bij het schrijven speelden dus ook spontane gevoelens een rol en niet alleen rationele gedachtens. Maar misschien helpen sommige gedachtens meer dan het eeuwige nadenken en analyseren van dit soort situaties, dat “experts” doen en veel te theoretisch is.

    Een concert en een college zo dicht naast elkaar te zetten is volgens mij problematisch om meerdere redenen.

    Waarde

    Voor een concert moet je een kaartje kopen. Het gevolg hiervan is dat ieder gast (die het lukt op tijd aanwezig te zijn) verwacht vanaf de eerste tot de laatste minuut van het concert te kunnen genieten. Voor een college hoef je niet te betalen (behalve collegegeld als een soort college-flatrate). Studenten herkennen dus vaak niet de waarde van een college en hebben daarom ook geen behoefte om vanaf het begin tot het eind oplettend te zijn (of zelfs van het college te “genieten”). Ze hebben daarom ook geen zin om medestudenten erop te wijzen dat de band (docent) al weer op het podium staat.

    Regels

    Het feit dat een concertticket niet gratis is en dat de deuren tussen minuut 1 en de pauze op slot gaan, zorgt ervoor dat de mensen op tijd komen omdat ze niet de helft van het concert willen missen, wat gelijk te zetten is aan het verlies van de helft van de waarde van het kaartje. Zoals al eerder duidelijk wordt, herkennen studenten vaak niet dat ze iets missen (vooral omdat ze achteraf meestal niet eens weten of ze iets gemist hebben en zo ja wat). Bovendien gaat de deur niet op slot dus kan de student gerust enkele minuten later komen.

    Ik wil niet voorstellen, dat alle deuren tijdens de les op slot gaan. Vaak is het voor de student niet mogelijk is om op tijd aanwezig te zijn. Dat kan omdat de student slecht plant maar ook om “goede redenen” zoals andere colleges die uitlopen, afspraken met teams en docenten die uitlopen, colleges in verschillende gebouwen e.d. Maar als het zo is, dat een college zodanig gestoord wordt dat het (voor de docent en gemotiveerde studenten) nier meer tolerabel is, moeten de deuren misschien toch maar beter op slot gaan. De beslissing wordt van iedereen bij een concert geaccepteerd, hoezo dan niet ook bij een college?

    Motivatie en keuze

    Je kiest voor een concert. Zeker kiest ook een student voor zijn studie, maar hij kiest niet voor ieder vak van zijn studie. Er zijn dus altijd studenten die een college volgen omdat het moet en niet omdat ze geïnteresseerd zijn. Hun stemming en zwakke motivatie kan ook andere studenten infecteren. Dat de student ervoor kiest om naar een college te gaan, is vaak niet echt een bewuste keuze en wordt veel meer veroorzaakt door de vele mensen die zeggen dat je een vak niet haalt als je niet naar de college gaat.

    Bij een concert wordt geaccepteerd dat iedereen zijn mobieltje uitschakelt. Niemand wil gestoord worden omdat iemand anders ervoor kiest zich niet alleen op het concert te concentreren. Tijdens een college wordt het van veel studenten niet geaccepteerd de laptop dicht te doen. Dit accepteren ze niet omdat ze (zwakke) redenen hebben, waarom de laptop wel aan moet staan (“ik gebruik mijn laptop om mee te schrijven”). Maar dat komt misschien ook omdat de student niet begrijpt dat laptops niet bij het concept passen dat een docent bedacht heeft.

    Wat laptops betreft moet men zich ook nog afvragen of de klepjes niet een muur-functie hebben. Zeker geldt dat voor de docent die niet kan zien wat achter de muur gebeurd, maar misschien voelen zich sommige studenten ook veiliger als ze achter de muur (gedeeltelijk) verborgen zijn.

    Triggers

    Orde en rust worden bij een concert ook getriggerd. Er komt meestal een duidelijk akoestisch signaal net voordat een concert begint, en meestal wordt ook de zaalverlichting gedimd als het echt begint. Dat gebeurt niet bij een college. Er zullen dus altijd studenten zijn die echt niet opmerken wanneer het tijd is. Omdat zij maar door blijven praten, hebben ook anderen het gevoel de zin nog even af te kunnen maken en dan wordt het snel heel lastig voor de docent om gehoor te krijgen.

    Videocolleges

    Verder heb je het over videocolleges. Hier ben ik van mening dat ze geen alternatief voor colleges zijn. Deze mening hebben ook anderen zoals bv. de universitaire studentenraad. Ze willen niet dat colleges in een tweede zaal als video worden getoond als de eerste zaal de klein is dat ieder student de docent live kan zien. Hierbij gaat het voornamelijk om interactie. Je beschrijft dat er studenten zijn die niet willen interacteren, voor hun zou een videocollege misschien een alternatief kunnen zijn. Maar videocolleges zijn op ieder willekeurig tijdstip beschikbaar. Je kunt dus zelf kiezen wanneer je ze bekijkt. En dus beginnen studenten het bekijken van de colleges uit te stellen tot een tijdstip waarop ze meer vrije tijd hebben. Als er dan een tijdstip is, kiezen ze toch ervoor iets anders te doen wat ze leuker vinden, omdat het toch ook nog in de toekomst zou kunnen worden bekeken. Studenten zijn dus vaak alleen maar aan het opschuiven en bekijken de video’s uiteindelijk toch niet meer. Omdat de student dit meestal door heeft, dwingt hij zich (voor zijn geweten?) om toch maar liever naar het college te gaan, waar hij zich dan misschien niet thuis voelt. Dus nog meer mensen die het klimaat van een college negatief kunnen beïnvloeden.

    Zicht op anderen en verwachtingsverwachtingen

    Je hebt het ook over docenten die colleges met plezier voorbereiden. Helaas zijn er ook docenten die dat blijkbaar niet doen (of anders ongeschikt zijn om te doceren). De student krijgt dus niet (meer) het gevoel dat docenten colleges met plezier voorbereiden en met plezier geven. Helaas wordt dan wel naar alle – dus ook de gemotiveerde – docenten gegeneraliseerd. Bovendien zijn colleges min of meer verplicht voor de student, en als hij het niet leuk vindt kan hij maar moeilijk begrijpen dat er wel een docent is die het vak graag doceert.

    Het feit dat er geen studenten zijn die de docent hinderen om weg te gaan of hem zelfs terug halen kan naast de schok vooral door drie dingen worden veroorzaakt.
    a) hij is blij dat hij eerder weg mag en niet het college te volgen hoeft;
    b) hij voelt zich schuldig dat studenten net als hij dit hebben veroorzaakt en verwacht een soort generalisatie van de docent die wederom niet meer terug zal komen omdat er een (of meerdere) student(en) zijn die nu nog iets doen;
    c) hij voelt zich alleen met zijn gedachte dat er iets moet worden gedaan en durft niemand anders te vragen of hij ook zo denkt.

    Symptomen

    Ik heb vooral het gevoel dat er meer moet worden gecommuniceerd. Bijna niemand heeft zin om zich met problemen als het bovenstaande te “bemoeien” en de meeste mensen denken zo iets van “komt wel weer goed”. Er zijn duidelijke cultuurverschillen herkenbaar, maar vooral wordt duidelijk dat studenten soms geen begrip hebben voor dingen die docenten beslissen en andersom docenten ook soms geen begrip hebben waarom de student zich op een bepaalde manier gedraagt. Meestal ontstaat een storing niet omdat de student het leuk vindt om te storen maar om andere redenen. Ik zou storingen dus gelijk zetten aan een symptoom in de medische wereld. Er gaat ergens iets mis. Waarbij pijn in de rug niet per se betekent dat er iets met de rug niet oké is, maar de pijn ook door bijvoorbeeld psychische omstandigheden kan worden veroorzaakt.

    We hebben nu de keuze voor enkele Euro’s aspirientjes (= bv. strengere regels om onrust te voorkomen) te kopen en de pijn te stillen of naar de arts te gaan die een anamnese, diagnose en therapie kan voorstellen om de echte oorzaak van het symptoom te bestrijden. Ik stel voor om toch even naar de arts te gaan, want de bovenstaande tekst beschrijft doch omstandigheden die beter niet door aspirientjes zouden worden verdoofd en die “dodelijke” gevolgen zouden kunnen hebben.

    • Een kleine toelichting op één punt: ik constateer wel dat veel mensen te laat naar de collegezaal komen, maar daar heb ik geen last van, omdat ze meestal zonder overlast een plaats zoeken. De discipline en beleefdheid van het te laat komen is doorgaans acceptabel, althans voor de docent. Ik trek de vergelijking met het concert alleen om aan te geven dat veel strengere regimes in onze cultuur gebruikelijk zijn en dat men ook dat accepteert.

  4. Uit de email reactie blijkt al verwrongen verantwoordelijkheid; Niet betrokken genoeg om op dat moment in te grijpen, maar eenmaal thuis achter de laptop zijn we ineens assertief; alleen assertief genoeg om te gaan zeuren, want een oplossing wordt niet aangedragen.

    Beweren en bewijzen is een vak dat in veel verschillende opleidingen zit, dit zorgt ervoor dat de klas uit goed gedefinieerde groepen bestaan. Ik denk niet dat dat een oorzaak van dit probleem is, maar sociale dynamica die hieruit voortvloeit kan het probleem wel verergeren.

    Het probleem is in mijn ogen inderdaad een gebrek aan respect bij de studenten, dit gebrek is gelukkig niet bij alle studenten aanwezig, maar helaas wel bij genoeg om er last van te hebben. Toevallig had ik het vandaag met een stel medestudenten over het feit dat docenten veel meer moeite steken in het ons naar onze zin maken dan wij zouden verwachten, tolerantie rond het missen van deadlines, open staan voor suggesties en erger nog, kritiek van studenten die simpelweg altijd kritiek geven hoe onterecht ongeloofwaardig en vreemd gemotiveerd dan ook, wordt serieus genomen.
    The dog whisperer zou dit direct aanwijzen als hoofdprobleem, docenten zijn te zacht, gaan niet consequent met grenzen om en worden daardoor niet als roedelleider aanvaard.

    Tegelijkertijd zijn dit voor sommige studenten aparte tijden, de school pakt tentamenkansen af, de overheid pakt geld en brengt een harde knip; en dit gebeurd allemaal met directe ingang, zo niet met terugwerkende kracht, tijdens het spelen worden de regels veranderd en dat is ook respectloos, blijkbaar gelden oude afspraken niet, blijkbaar is het niet erg als studenten in een valkuil terug komen. Dit ligt niet aan de docenten, maar dat zijn de enige stukken van het systeem die zichtbaar zijn.

    Helaas biedt dit alles nog geen oplossing; die hoeft misschien ook niet zo moeilijk zijn, Hanno draagt in de een naar laatste alinea al goede suggesties aan.

    • “Tegelijkertijd zijn dit voor sommige studenten aparte tijden…”

      Ik wil hier niet op elk commentaar hier reageren, maar dit ligt me zo aan het hart dat ik er binnenkort zelfs een eigen artikel over zal schrijven. “Apart” is een fraai voorbeeld voor een eufemisme. Het is vreselijk. Jan ziet het goed: er wordt veel afgepakt, nog veel meer dan hij opsomt; er wordt alleen nog bestuurd op getalletjes in spreadsheets, niet meer op zin en inhoud. Zie ook De angst regeert.

      In mijn studententijd (1968+, raadpleeg eens je grootouders en ouders hoe het toen was – vorige eeuw en zo) gingen studenten daarvoor op straat of maakten bewust het onderwijsproces onmogelijk. Ik niet, ik was te laf, maar ik keek wel goed en verzamelde moed voor later. En nu is het te laat en snap ik het niet dat jullie dit alles pikken. En dat de universiteit zo ver meegaat en zo weinig academisch zelfbewustzijn vertoont. Dit (de manier van doen van overheid en universiteit en ouders en de makheid van studenten (die ik nog steeds als partners wil zien)) is dan ook de reden waarom ik over precies 365 dagen ermee stop en dit de laatste keer is dat ik bij B&B betrokken ben.

      • Beste Hanno Wupper;

        Ik vind het jammer om te horen dat je gaat stoppen met het geven van B&B. Ikzelf heb dit vak, dat als eerstejaarsvak natuurlijk grote invloed heeft op je houding tegenover en kijk op je studie, als bijna magisch ervaren. (Ik ben nu tweedejaars.) Ik zou heb jammer vinden deze ervaring niet met nieuwe informaticastudenten te kunnen delen.

        Op een bijna filosofische, maar tegelijkertijd erg realiteitsbewuste manier, werden ons concepten als “functioneel ontwerp”, “functie”, “focus” en “abstractie” haarfijn uitgelegd. De betekenis van deze enigszins zweverige woorden helder maken is zeker niet makkelijk.

        Werkcolleges waarvoor verplicht huiswerk moest worden gemaakt zodat iedereen tegen dezelfde problemen aan was gelopen hielpen hier enorm bij. Ik kan me herinneren dat mij bij vrijwel elk werkcollege opeens iets duidelijk werd, dankzij overleg met medestudenten die ook huiswerk hadden gemaakt en dus met hetzelfde probleem zaten (i.p.v. algemeen observeren en niet actief meedoen). Zo besefte ik me een keer opeens volledig hoe de keuze van “abstractie” heel bepalend kan zijn voor de in- en outputs van je “doosjes” in een functioneel ontwerp. Wat in de echte wereld een “aansluiting” is verwijnt in een functioneel ontwerp door een bepaalde abstractiekeuze.

        We leerden propositielogica en predicaatlogica. Deductieschema’s, afleidingsbomen en semantische tableaus. De tekens “o”, “->” en “|-” lijken in gedrag ongelooflijk op elkaar, maar hebben toch een andere betekenis. Ook dit besef heb ik ervaren als een belangrijk en magisch leermoment.

        Onlangs heb ik bij het vak “Semantiek en Correctheid” gezien hoe een logica gebruikt kan worden om de executie van een programma te formaliseren. We bekeken twee afzonderlijke logische talen, beiden dus met axioma’s en deductieregels, om op twee verschillende abstractieniveau’s de executie van programma’s te modelleren. Ik moest denken aan het functionele ontwerp van B&B, waarbij we van de “uiterste doos” een elegantere, abstractere formulering in predikaatlogica maakten, en deze bewezen uit de bouwstenen van het ontwerp. Op dezelfde manier heb ik de axioma’s en deductieregels van de abstractere logica van S&C bewezen uit de axioma’s en deductieregels van de minder abstractie logica. Later leerde ik, in het vak “Wat is Wiskunde?”, dat dit “interpretatie” van een logica binnen een andere context (bv. andere logica) heet, zoals je PA kunt interpreteren binnen ZFC. Maar hoewel ik dit nog niet had geleerd, had ik wel enigszins ingezien wat hier aan de hand was — dankzij jouw vak B&B.

        Ik had moeite met het wat lage niveau van vakken in het eerste jaar van mijn studie. Ik was vooral erg ontevreden over de kunde van het lesgeven van bepaalde (meeste) leraren. Maar hier behoorde jouw vak / jij zeker niet toe. B&B was, samen met “Talen en Automaten” (gegeven door Henk Barendregt), “Logica 2″ (Wim Veldman) en [wat nu “Processoren” heet] (David Jansen), een van de 4 vakken die voor mij bepalend waren voor het eerste jaar. Elk college, dat vol passie werd gegeven, was een genot om te ervaren.

        Kortom, ik vind het vak B&B onmisbaar in een goede studie Informatica, en vind het heel jammer om te horen dat je er waarschijnlijk mee gaat stoppen!

        Kelley van Evert, s4046854, IC

  5. Beste meneer Wupper,

    Het is heel vervelend wat u vandaag is overkomen en ik begrijp uw frustratie en uw reactie daarop. Vandaag kon ik niet naar het college komen dus ben ik door uw verhaal hiervan op de hoogte gesteld. Het verbaast mij dat niemand u achterna is gegaan nadat u uit de collegezaal was gelopen, maar misschien hadden ze van u verwacht dat u iemand ging halen om orde te krijgen in de zaal.

    Ik begrijp wel waarom de helft van de studenten op uw reactie aan het wachten waren toen u na de pauze meerdere malen om aandacht van de gehele groep vroeg. Het heeft naar mijn idee te maken met uw aanpak in het eerste college, de introductie, daarin toonde u uzelf als een docent die bereid is om een harde schreeuw te maken als dat nodig is om aandacht van de gehele groep te krijgen. Persoonlijk heb ik een hekel aan wachten en zou ik na een minuut wachten op stilte zelf iets zeggen. Maar het verschilt per mens over hoeveel geduld je beschikt.

    Ik deel uw frustratie over de veel voorkomende situatie waarbij studenten moeten worden verzocht om hun aandacht te richten op de les, juist omdat we het in dit geval hebben over vrijwillig onderwijs. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat veel B&B studenten eerstejaars zijn.
    Ze zijn denk ik nog niet helemaal gewend aan/bewust van het feit dat ze nu vrijwillig studeren en er sprake is van een andere relatie tussen docent en de groep. Er mag naar mijn idee nu niet meer van de docent verwacht worden dat die moet gaan schreeuwen of studenten de zaal uit moet sturen om aandacht van de groep te krijgen. Als ik in uw schoenen stond, zou ik mij ook in de steek gelaten voelen door de groep die wel stil was.
    Naar mijn idee hadden de studenten hun eigen groep best wel mogen aanspreken op onfatsoenlijk gedrag, waarom dit vandaag niet is gebeurd weet ik niet.

    Het lijkt mij goed om bij het volgende college, zowel het werkcollege als het hoorcollege, het over deze gebeurtenis te hebben en een aantal fatsoensnormen nog eens te behandelen waaraan studenten zich dienen te houden als ze een college willen bijwonen. We willen eigenlijk allemaal hetzelfde hoop ik, wijzer worden, deze gebeurtenis beschouw ik dan ook als een les.

  6. Ten eerste zou ik graag willen vermelden dat ik vind dat de student die de genoemde officiële klacht bij de opleidingscommissie heeft ingediend alvorens dit te doen er goed aan gedaan zou hebben als hij/zij eerst na was gegaan wat de achterliggende reden van het vertrek is, want deze manier om dit probleem op te lossen is voor zowel docent als student de minst prettige. In het geval dat er wel al enige tijd een spanning heerst tussen docent en studenten vind ik het wel ‘opmerkelijk’ dat dit niet eerder ter sprake is gebracht op te colleges; hier bedoel ik niet een korte berisping naar de studenten toe, maar liever een korte preek (als ik het zo mag noemen) over dit onderwerp in het begin van een college. Dit wordt waarschijnlijk door de meeste studenten niet op prijs gesteld, maar dan is er in elk geval wel duidelijk gemaakt dat er verandering moet komen in de houding van de studenten tijdens de colleges Beweren & Bewijzen. Dan zou het plotseling verlaten van college ook minder onverwachts komen. Iets wat ik overigens geen goede gang van zaken vind; liever zou ik zien dat er gewoon niets gezegd zou worden vanuit de docent aan het begin van het college of, in dit geval, na de pauze. Elk zichzelf respecterende student heeft dan wel door dat de docent wilt beginnen en iedereen stil moet zijn.

    Hieronder in het kort mijn visie op het artikel zelf en enkele reacties daarop, met eventuele punten voor verbetering.

    Artikel
    “Samenvatting: De docent krijgt geen signalen dat zijn lessen op prijs gesteld worden; hij weet niet waarom mensen komen en dan op de achterste rij gaan zitten en met elkaar praten; de docent ervaart een gebrek aan beschaafdheid en beleefdheid rond het begin van de colleges zo als het in concerten of bij conferenties onvoorstelbaar is. Vooral is de docent eenzaam: niemand helpt.”

    In mijn jaren als student heb ik zelden of zelfs nooit meegemaakt dat er duidelijke signalen naar de docent toe zijn gegeven die zeiden dat de lessen op prijs gesteld worden. Hoewel dit natuurlijk als het zou gebeuren wel goed zou zijn, denk ik dat docenten er vanuit kunnen gaan dat – zolang de colleges druk bezocht worden en er interactie plaats vindt tussen docent en studenten – de colleges op prijs gesteld worden. Natuurlijk zijn er altijd punten voor verbetering – niets is perfect – maar dat is een ander onderwerp.

    Betreffende de interactie: uit ervaring weet ik dat dit in de meeste colleges weinig tot niet gebeurt, zeker met de eerstejaarsvakken, dus B&B is hierin zeker geen uitzondering. Wat mij betreft zijn de videocolleges juist wel fijn, maar het probleem is dat vragen die studenten stellen niet te verstaan zijn en het dus aan de docent is om de vraag te herhalen en vervolgens te beantwoorden. Dit gebeurt niet altijd en dan mis je als videocolleges-volgende student soms wel belangrijke informatie. Daarnaast is er natuurlijk nog het feit dat stél dat je een vraag hebt, ook al stel je normaal nooit vragen, je deze niet kan stellen. Deze redenen zijn voor mij (het feit dat ik van mezelf weet dat ik de tijd niet neem de videocolleges te kijken niet mee nemende) genoeg reden om naar de colleges zelf te gaan.

    Ik zie in dat het vervelend is als studenten op de achterste rij gaan zitten, maar dit zie ik meer als hun eigen keus. Als deze studenten komen om slechts te luisteren denk ik dat het juist beter is dat ze achterin gaan zitten, zodat duidelijk is wie wel van plan is actief mee te doen en wie niet. Ik moedig dan ook niet aan om studenten naar voren te roepen, de kans dat deze actief mee gaan doen is immers vrij klein. Achterin zijn, inderdaad, de slides minder goed te lezen en de docent minder goed te verstaan, maar dat is toch echt het probleem (en keuze!) van de studenten zelf. Natuurlijk zou altijd het geluid nog harder gezet kunnen worden. Echter, als ze achterin gaan zitten om te praten vind ik het wel onbeleefd ten opzichte van de docent, om nog maar te zwijgen over hoe vervelend het is voor de medestudenten die daardoor het college niet goed kunnen volgen. Als oplossing hiervoor zou ik bijna zeggen dat deze maar uit de zaal gestuurd moeten worden, maar dat is wel héél erg schools en past absoluut niet binnen een academische leeromgeving.

    Ook werd opgemerkt dat studenten geen actie ondernemen om hun collegae stil te laten zijn. Hier ben ik het niet helemaal mee eens: er zijn namelijk wel degelijk studenten die dingen als “ssst” zeggen of op andere manieren proberen mee te helpen – bijvoorbeeld door zelf stil te zijn. Daarnaast heeft het vaak niet zoveel nut om in je eentje een groep studenten te manen stil te zijn. Dit geldt nog meer als je de studenten niet kent, iets wat bij een multi-facultair vak als B&B vaak het geval is.
    Ik sluit me volledig bij Patrick S. aan wat betreft de redenen voor de studenten om de docent niet tegen te houden.

    Ik ben het er wel mee eens dat het vervelend is als mensen te laat komen, maar zoals al opgemerkt werd is dit soms ook overmacht en zolang het niet storend is (veel lawaai maken, praten) heb ik daar geen problemen mee. Ik zie het meer als iets wat erbij hoort.

    “Overigens heeft de docent geen faciliteiten om “de aanpak op die groep te focussen“: geen geweren met rubberen kogels, geen zaalwachters en geen opleiding tegen recalcitrantie.”
    Dat is maar goed ook. Dit zou tot bijzonder ongemakkelijke en vervelende colleges leiden.

    Reacties
    “Een concert en een college zo dicht naast elkaar te zetten is volgens mij problematisch om meerdere redenen.”
    Een concert vergelijken is inderdaad appels met peren vergelijken; de enige overeenkomst is dat het in een zaal plaatsvindt.
    Het klopt verder ook helemaal dat naar een college gaan lang niet altijd een echt bewuste keuze is, maar zelfs als de student er met tegenzin zit zie ik geen reden om andere studenten (die er wel graag bij zijn) af te leiden met gepraat of op andere manieren.

    “Er komt meestal een duidelijk akoestisch signaal net voordat een concert begint, en meestal wordt ook de zaalverlichting gedimd als het echt begint.”
    Vaak wordt ten behoeve van de slides het licht gedimd – dat zou als teken gezien kunnen worden dat de docent verder wilt gaan. Ik merk ook dat dit vaak wel het geval is en het dan stil valt.

    Verder heb ik inhoudelijk niet zoveel meer aan te merken op het artikel, reacties of de situatie in zijn geheel. Ik hoop dat je er iets aan hebt gehad. Het voornaamste probleem zal hem zitten in enerzijds de docent die (waarschijnlijk?) te hoge verwachtingen heeft van de studenten en anderzijds deze studenten die de manier van de middelbare school gewend zijn en niet goed weten hoe het er hier aan toe zou moeten gaan.

    P.S.: Mijn excuses als deze post er dubbel is komen te staan.

    • “Een concert [en een college] vergelijken is inderdaad appels met peren vergelijken; de enige overeenkomst is dat het in een zaal plaatsvindt.”

      Goed om te weten. Dus van een college aan een universiteit wordt i.t.t. een concert niet verwacht dat het door hoog opgeleide professionals gegeven wordt die zich gedegen voorbereiden. Er wordt niet verwacht dat over vorm en inhoud en over de opbouw goed nagedacht is. Het is niet nodig dat de docent ook opdraaft als hij even geen zin heeft. Docenten hoeven er niet van uit te gaan dat de mensen in de zaal belangstelling hebben en gekomen zijn voor een gemeenschappelijk doel. Het is niet nodig dat de docent de mensen in de zaal serieus neemt.

      Ik was tientallen jaren verkeerd bezig, besef ik nu.

      • Zo bedoelde ik dat uiteraard niet. Ik moet er niet aan denken dat docenten onvoorbereid college gaan geven; dan zou ik mezelf erg veel vrije tijd geven.
        Ik doelde op de reden dat veel studenten aanwezig zijn en hoe ze zich tijdens college gedragen vergeleken met dit voor een concert. Natuurlijk zou je als docent het liefst zien dat studenten om dezelfde reden naar college gaan als dat mensen naar een concert zouden gaan, maar dit geldt (helaas) voor lang niet alles studenten. Verder is de doelgroep ook anders, wat, zoals Frans hieronder al opmerkt, ook een reden zou kunnen zijn van het gedrag van enkele studenten.

      • Je mag nu niet zeggen, dat appels en peren helemaal verschillend zijn. Beide hebben pitten, beide zijn vruchten, beide hebben en stengel enz. Hier mag je dus (volgens mij) niet letterlijk alleen lezen dat de zaal het enige gemeenschappelijke van een college en een concert is.

        En dat er wel belangstelling is, wordt volgens mij duidelijk uit het grote aantal reacties dat binnen zo korte tijd geschreven werd.

        Bovendien is het scheve vergelijk van een concert en een college geen teken dat je tientallen jaren verkeerd bezig was maar dat dat jij en anderen alleen een ander beeld van colleges hebben. Zoals ik al zei, communicatie kan helpen om deze verschillen te verkleinen.

        Ik hoop niet dat je de stelling (concert ≠ college) -> Hanno is een slecht docent zo maar zou ondertekenen.

        • Er staat wel letterlijk “de enige overeenkomst”. En het gaat ook nog eens om het vak Beweren en bewijzen.

          Kleine bijles: “ongelijk” betekent dat niet alle eigenschappen overeenkomen, dat er minstens één verschil is. Terwijl hier beweerd werd dat er precies één overeenkomst is.

      • Ik vind de vergelijking met een concertzaal passend, omdat dat een situatie is die wenselijk zou zijn (volgens Hanno, althans). Uit de vergelijking volgt niet dat een college logischerwijs ook zo zou moeten zijn als een klassiek concert: alle punten die Hanno noemt gelden ook allemaal voor een rockconcert, en toch willen we geen pit in de collegezaal. Het is een open vraag naar wat de verschillen zijn bij de verwachtingen van bezoekers en docenten tussen een klassiek concert en een college.

  7. wat een verhaal. Ik ken dit soort ervaringen uit de colleges die ik heb gegeven voor bedrijfscommunicatie, maar niet voor filosofie/theologie/Religiewetenschappen, misschien hebben die studenten een wat hogere motivatiegraad? .De discussie krijgt wel een heel bijzondere wending wanneer het er over gaat dat van studenten alles afgepakt wordt – ik ben het daar ook eens met de student die reageert.
    Ik hoor dezelfde klacht over studenten in België, er was onlangs zelfs een tv-uitzending over op het Vlaamse journaal.

  8. Ik begrijp niet waarom studenten naar een college komen en vervolgens met elkaar gaan zitten kletsen. Studenten kiezen vrijwillig voor een studie. Het volgen van colleges, waar ze luisteren naar een docent die ze kennis/vaardigheden verschaft maakt deel uit van die vrijwillig gekozen opleiding. Logischerwijze mag men (de docent) derhalve verwachten dat de student die voor die studie heeft gekozen tijdens het college die geïnteresseerde luisterende houding vertoont.

    Blijkbaar is er een groep studenten die wel voor de studie heeft gekozen, ook naar het college gaat, maar geen interesse vertoont om naar de docent te luisteren. Waarom?

    Mogelijk vinden ze de collegestof niet interessant (niet alle onderdelen van de studie zijn even boeiend). Maar dan kunnen ze toch gewoon wegblijven?

    Misschien vinden ze de collegestof niet interessant, maar zijn ze verplicht het onderdeel te volgen. Maar dan is het toch op zijn minst asociaal om medestudenten het luisteren onmogelijk te maken en/of de docent het doceren onmogelijk te maken door gezellig met elkaar te gaan kletsen?

    Misschien vinden ze dat de docent slecht lesgeeft. De beste oplossing in dat geval zou zijn een klacht indienen bij het onderwijsmanagement, in de hoop dat er iets aan deze situatie wordt gedaan. De slechtste oplossing is om dan maar gezellig met elkaar te gaan kletsen, want dat zal de situatie alleen maar verslechteren.

    Is er nog een andere mogelijke verklaring voor het gezellige kletsgedrag van studenten in een situatie waar luisteren het noodzakelijke rolgedrag is? Misschien ben ik er in mijn reactie tot nu toe te veel van uit gegaan dat ik te maken heb met volwassenen, die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen en voor de hen omringende wereld. Misschien zijn deze kletsende studenten nog niet volwassen en vragen ze als puber (de fase die voorafgaat aan de volwassenheid) nog bepaalde opvoedkundige maatregelen, alvorens ze de volwassen verantwoordelijkheid aankunnen. Dus misschien moet de faculteit een paar pedagogen in dienst nemen?

  9. Beste meneer Wupper,

    Ook ik was aanwezig bij het Beweren & Bewijzen college gisteren. Het is interessant om uw stuk hierover uit zicht van de docent te lezen, maar uit het zicht van mij als student ben ik het maar gedeeltelijk met u eens.

    Ik vind dat docenten respect verdienen en dat het stil moet zijn als het college gaat beginnen. Verder zou het fijn zijn als de algemene interactie van de zaal groter zou zijn. Het is jammer dat dit bij Beweren & Bewijzen niet vanzelfsprekend lijkt te gaan. Ik weet niet of het aan de grote samengestelde groep studenten ligt, aan de opbouw van de colleges of aan een andere reden. Maar bij dit vak is het rumoeriger dan bij de meeste andere vakken. Ik weet wel voor mijzelf waarom sommige colleges aantrekkelijker zijn dan andere, maar ik heb daar geen opleiding in, dus ik ga hier niet aankomen met suggesties.

    Waar ik het niet mee eens ben is de manier waarop het begin van het tweede uur van het college heeft uitgepakt.

    Als ik uw verhaal goed interpreteer hadden de studenten zelf als groep ervoor moeten zorgen dat het stil werd en dat mensen die nog aan het kletsen waren werden aangesproken.
    Persoonlijk zat ik samen met een groep studenten voor in de zaal die wel stil waren en op u aan het wachten waren. In mijn directe omgeving was iedereen stil en de enige mogelijkheid voor ons om andere mensen stil te krijgen zou zijn geweest om door de zaal te gaan roepen tegen mensen die we ook lang niet allemaal kennen. Ik weet niet of dit gewaardeerd zou zijn. En volgens mij is dat ook niet onze taak als een docent al het zelfde probeert te doen met behulp van zijn microfoon. Maar op de een of andere manier voel ik mij enigzins schuldig na het lezen van uw stuk.

    Daarna zegt u:
    Na lange minuten houdt de docent het voor gezien en pakt zijn spullen. De zaal valt opeens in apathie. Niemand zegt: “wacht nu even!” Nu is er gelegenheid om met elkaar te bespreken hoe nu verder, maar dat gebeurt niet. Er loopt ook niemand achter de docent aan om hem terug te halen.

    Nadat u uw laptop heeft afgekoppeld en de zaal stil is was uw opmerking: Ik heb al 3 keer om stilte gevraagd door dames en heren te zeggen, maar wie niet horen wil moet voelen. Het college is afgelopen, het cursusmateriaal staat online. (Ik weet niet meer de exacte bewoording, maar dit was de strekking.
    In mijn persoonlijke beleving is dit niet een sfeer van conversatie en dialoog. Dat in combinatie met het shock gehalte zorgde ervoor dat ik niet eens eraan heb gedacht om te proberen u terug te halen.

    Ik was hierna vooral teleurgesteld dat het college niet doorging. Ik vind B&B erg interessant, maar ook vrij lastig. En de colleges werken voor mij veel verhelderender dan het online cursusmateriaal. Er zijn veel mensen die voor dat ene college naar de universiteit zijn gereisd, of er een aantal uren op hebben gewacht. De hoeveelheid mensen die aanwezig was en wel stil op het begin van het college wachtte was groter dan de hoeveelheid mensen die überhaupt naar sommige andere colleges komen, en wij voelen ons daardoor lichtelijk gedupeerd. Aan de ene kant door de mensen die niet stil konden zijn, en aan de andere kant door u als docent die zonder waarschuwing het college verliet.

    Persoonlijk vind ik een officiële klacht wel erg ver gaan, en het lijkt mij dan ook veel beter om met u in gesprek te gaan. Maar het past wel in de allegorie van de Vereniging. Als de solist in de pauze het concert verlaat omdat hij zich stoort aan het publiek, dan zal het publiek ook bij de Vereniging gaan klagen en hun geld terug eisen. Ondanks dat vind ik het geen gepaste reactie.

    Dit is niet als een persoonlijke aanval op u bedoelt, maar ik wilde het gevoel weergeven wat ik als student kreeg, zoals u het gevoel als docent beschreef.

    Ik hoop dat dit voorval geen negatieve invloed zal hebben op de verdere colleges van B&B, want het ondanks het feit dat dit vak mij niet helemaal ligt is het fijn om te zien met hoeveel enthousiasme alle drie de docenten proberen om de stof op ons over te brengen. Ook de voorbeelden uit de media en het dagelijks leven die u erbij haalt en er met een persoonlijke noot over praat helpen om het vak interessant te maken.

    Hopelijk zal het effect vooral positief zijn en blijven mensen weg die het niet interesseert of zijn mensen anders in ieder geval op tijd stil en doen positief mee. Dan kunnen wij op een prettige manier het college volgen en hoeft u zich niet genegeerd te voelen door de zaal zodat u drastische maatregelen nodig vind.

    Het gaat vrij traag, maar op een gegeven moment zullen de meeste mensen hopelijk die academische mindset ontwikkelen en loslaten hoe het er in het middelbare onderwijs aan toe ging. Dat zou voor beide kanten van de zaal veel prettiger zijn.

    De les die ik persoonlijk hieruit trek is om te proberen mijzelf meer in te leven in de docenten die de colleges geven en bij mezelf na te gaan of mijn houding tijdens een college bijdraagt aan een positieve ervaring.

  10. Ik mis in de discussie een bespreking van de context waarin Hanno’s college kennelijk een functie moet vervullen. Zonder die context is het lastig om oorzaken te vinden. En dan vervallen we al gauw in mopperen op ‘de jeugd van tegenwoordig’ of in roepen dat de docent ‘didactisch vaardig moet worden’ – de twee bekende reflexen ‘blame the student’ en ‘blame the teacher’.

    De context speelt hier op minstens twee niveaus. De ene is het cursusniveau: weten de studenten hoe het college past in de andere onderwijsactiviteiten die Hanno voor de studenten organiseert? Die onderwijsactiviteiten dienen er samen toe, hen te helpen zich in het vak te bekwamen. Willen die studenten zich bekwamen in dat vak? Is hun duidelijk hoe ze die bekwaamheid straks aantonen (dwz het tentamen halen)? En is hun duidelijk dat een college daar alleen enigszins aan bijdraagt als je heel actief meedoet?

    Als dat allemaal niet in orde is, dan komt niveau twee: wie hebben ervoor gezorgd dat de cultuur onder studenten zo kan zijn dat ze zich zo ‘ongemotiveerd’ gedragen? Wat is er allemaal vanaf hun eerstejaarsintroductie misgegaan? Waar is hun aanvankelijke motivatie – ze schreven zich toch zelf in – gebleven? Hoe kan het dat ze geconcludeerd hebben dat je kunt afstuderen door achter in een collegezaal te gaan zitten facebooken?

    Dat zijn problemen die een individuele docent niet kan aanpakken: dat doet een opleiding als geheel, van begin af aan. Niet met kleinerende verplichtingen (“je mag twee colleges missen”) en niet met betuttelende beloninkjes (“telt voor een half punt mee in het tentamen”), want die veroorzaken juist dit gedrag. Wel met het weloverwogen en consequent zetten en handhaven van de toon (je leert alleen van wat je zelf doet, het onderwijs helpt hooguit), met uitsluitend relevante en transparante tentamens, en met onderwijs dat alleen daarop gericht is.

    Afijn, dit hoef ik Hanno niet te vertellen; als er iemand op de RU een uitstekende docent is dan is hij het wel. Ik geef hem groot gelijk dat hij wegloopt en ik geef de student groot gelijk dat hij klaagt bij de opleidingscommissie. Als de opleiding als geheel nu eens zijn verantwoordelijkheid neemt en niet vervalt in de bekende reflexen, dan leidt dit alles nog tot iets goeds: consistenter onderwijs, verantwoordelijker leren. En dan komt het wederzijds respect vanzelf weer terug. Toch?

  11. Het is goed te zien dat het weglopen van Hanno geleid heeft tot een ideeënuitwisseling over de verwachtingen, van de docenten naar de studenten en de studenten naar de docenten.

    Los van de vraag in hoeverre de analogie tussen een concert en een college precies klopt, is het punt van Hanno duidelijk: een student heeft gekozen voor een opleiding (en betaalt hiervoor) en om een college te laten slagen (in de zin van: er wordt op een goede wijze kennis overgedragen) moeten de studenten ook wat doen.

    Of er in het eerste semester wat mis is gegaan met de houding van studenten weet ik niet; misschien was het al mis aan het begin, wie zal het zeggen. Overigens constateer ik ook met voldoening – mede op grond van de gegeven reacties — dat het allemaal niet zo enstig is als het misschien lijkt: een heel grote groep studenten heeft een prima instelling en is zich er zeer bewust van dat goed onderwijs ontstaat in een samenspel tussen docent en student.

    Als onderwijsdirecteur zie ik hierin aanleiding om dit onderwerp op een volgende docentenmiddag nog eens met elkaar te bespreken: welke boodschap geven wij aan de studenten, wat zijn onze verwachtingen en hoe maken we dat concreet in onze onderwijspraktijk?

    Herman Geuvers
    Onderwijsdirecteur I&I

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>