aug 252011
 
De mensheid is sinds duizenden van jaren voortdurend aan het bouwen. De meeste gebouwen van een periode lijken op elkaar. Men volgt de traditionele manier van bouwen, want die heeft haar waarde bewezen.En dan verschijnen opeens gebouwen die revolutionair anders zijn. Later kan men dan in architectuurboeken lezen dat een beroemde architect hiermee het begin van een nieuw tijdperk heeft gemarkeerd.Zo’n architect heeft in zijn studie de beheersing van nieuwe technieken en nieuwe soorten materiaal geleerd. Hij heeft ook opgemerkt dat de maatschappij in beweging is: normen en waarden, geloofsovertuigingen, de wetenschap en de manier van leven veranderen. Hij kijkt om zich heen, kijkt ook in andere landen en culturen en komt opeens met een gebouw dat de opdrachtgever helemaal niet had verwacht. “Neen, Sire, U krijgt van mij geen burcht met donjon, want de middeleeuwen zijn voorbij. We hebben hier nu renaissance, al begrijpt U het nog niet. We worden wakker, en het is aan U, door me dit nieuwe renaissanceslot te laten bouwen uit te stralen dat U bij de tijd bent.”Als dat renaissanceslot, hoe ongewoon het ook wezen moge, goed functioneert, niet gauw instort en ook nog eens adembenemend mooi is, wordt de architect beroemd, en velen volgen hem na. Dat kan overigens een tijd duren, want niet iedereen heeft door dat meterdikke muren niet langer functioneel zijn en vinden zo’n renaissanceslot te licht.Tegenwoordig bouwt de mensheid aan ICT-systemen. De meeste grote projecten storten in, functioneren niet en zijn erg lelijk. We zien het niet, want we weten niet beter. Dat komt omdat we niet zien dat deze digitale systemen ook bouwwerken zijn en dat we ook hier architecten nodig hebben.Steve JobsSteve Jobs is op 25 Augustus 2011 gestopt als leider van Apple. De mensen hebben het nog niet door, maar hij zal over een paar jaar in de boeken staan als een van de eerste grote, vernieuwende architecten van de digitale wereld.

NRC Handelsblad voelt het al aan en noemt de iMac, de iPod, iPhone en iPad, maar de lijst is veel langer. Hier een paar voorbeelden uit de begintijd.

  • Hoewel Apple of Steve Jobs de icoontjes, prullenbakken, vensters enz. niet hebben uitgevonden, heeft Apple de eerste computer onder een groot publiek gebracht die consequent niet met een belabberde commandotaal maar alleen met klikken en schuiven bestuurd werd. Iedereen kon dit binnen twee uur leren. Als men weet wat een bestand, een programma, een venster, de prullenbak, een schijfje, klik, dubbelklik en sleep is, kan men met de computer omgaan. Alles wordt bereikt door logische combinaties van die paar concepten.
  • Vormgeving van dit “gebruikersoppervlak” door een kunstenaar met smaak en materiaalkennis. Laten ontwerpen van lettertypes door Hermann Zapf, die er ook met 72 pixels per duim perfect uitzien. Geen gepruts met kleur voordat kleur in de computer niet perfect begrepen is.
  • Tegemoetkomen aan de kwaliteitseisen van typografen en vormgevers van voor het computertijdperk: de verworvenheden van 500 jaar boekdrukkunst mogen we niet zo maar vergeten alleen omdat een paar nerds verstand van elektronica hebben.
  • Radicale What you see is what you get. Sterker nog: Zien en krijgen zijn één, er zijn geen zichtbare tussentalen.
  • Je identificeert je schijven, niet het adres van het station waar ze toevallig op dit moment in zitten.
  • Je kunt computers en printers tot een netwerk verbinden, waarop ze elkaar allemaal automatisch leren kennen. Er is geen systeembeheerder nodig die allerlei routingtabellen bijhoudt. En men spreekt printers en andere computers aan met hun naam, niet met een adres.
  • Alle menu’s hebben een standaard opbouw. Door een keer alle menuopties af te lopen, weet je min of meer wat het programma kan. Handboeken zijn zelden nodig.
  • Als er toetscombinaties zijn, kun je hun betekenis in het menu terugvinden.
  • Geen extra toetsen zo als F1 t/m F16, niet meer dan 1 muisknop. Sinds 2010 helemaal geen muisknop meer. Klikken, schuiven en later een aantal gebaren met twee of meer vingers, die ook op een touchscreen werken.
  • De eerste Laptop met het toetsenbord niet aan de voorkant (waar iedereen polssteunen bij moet kopen om geen RSI te krijgen) maar achteren, zodat het voorste gedeelte zelf polssteun is.
Revolutionair, dit alles. En het werkte nagenoeg perfect. En Schoonheid was altijd een leidraad: bij de vormgeving van beeldscherminhouden, bij de abstracte structuur van menu’s en steeds meer ook bij de apparaten zelf. Dat is misschien het beste te zien bij het huidig bluetooth-toetsenboard, de iPhone en de kleine afstandsbediening die hetzelfde kan als één met 50 knoppen.
En al dit werd lang tegengewerkt. Omdat men zo graag magenta en cyaan op het scherm wil, zestien functietoetsen uit z’n hoofd weten, in het register wroeten, met A:/ werken en daarmee meer over een floppy weten dan de computer. En al dit werd na verloop van tijd door anderen gecopieerd, soms zonder zin en verstand nageaapt.
Natuurlijk heeft zulk verband van functionaliteit en schoonheid zijn prijs. Niet alleen financieel: je kunt er ook niet alles mee. Een programma of een stuk hardware werkt of perfect met zo’n computer samen of je kunt het vergeten. In der Beschränkung zeigt sich der Meister. Op een Stradivari-viool kun je ook geen pianoconcert van Liszt spelen, althans niet zonder substantiële aanpassing.
Overigens is het nog maar de vraag of Apple-computers financieel duur zijn. Kijk eens in je omgeving hoe veel mensen continu hoe veel tijd besteden om iets met Windows aan de praat te krijgen. In sommige bedrijven en organisaties gaat een flink deel van de werktijd en de vrije tijd van medewerkers daaraan op. Kun je niet liever wat meer geld bij de aanschaf besteden, een mooi een functioneel apparaat genieten en in de zo vrijgekomen tijd geld met iets nuttigs verdienen?

Hanno Wupper

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>