okt 042012
 

de kaft van het boekjeHet boekje Geld und gut van Hanno Wupper is nu door Frans Schütt vertaald in het Nederlands en kan hier besteld worden.

Hoe de Duitse uitgave ontvangen werd, kunt u hier lezen.

Lees de eerste zes hoofdstukken:

Arbeid

Arbeidsdeling is een nuttige uitvinding. U hoeft niet alles wat u in het leven nodig hebt zelf te verzamelen, u hoeft niet te jagen, te telen, te bouwen, te weven en te looien. U doet slechts dat waar u goed in bent en doet dat ook voor uw medemens. Bijvoorbeeld muziekinstrumenten of huizen bouwen, zieken verzorgen, groente kweken of dieren fokken, of koken, kinderen iets leren of de doden netjes begraven. Daarvoor krijgt u geld en daarmee kunt u weer nuttige zaken of diensten van anderen kopen. Omdat ieder doet waar hij goed in is, blijft tijd over, waarin men de vruchten van de cultuur kan plukken: boeken lezen, muziek luisteren of zelf musiceren, kunstwerken bekijken. En ieder kan ook zelf een kleinere of grote bijdrage aan de cultuur leveren: misschien slechts in gesprekken, maar misschien ook door zelf een boek te schrijven of een schilderij te maken.

Wie harder werkt of dingen van een hogere kwaliteit produceert, verdient meer en kan zich meer veroorloven. Geen redelijk mens zal hem dat kwalijk nemen.

Als u goed kunt organiseren en goede ideeën hebt, kunt u zelfs een bedrijf stichten en medewerkers in dienst nemen. Als het de medewerkers goed gaat, zullen ze u dankbaar zijn. U kunt ook dan nog veel geld verdienen en u bijzondere dingen veroorloven. Wellicht verzamelt u kunst en geeft die in bruikleen aan een museum. Of u ondersteunt jonge muzikanten of wetenschappers. Of u doneert aan goede doelen. Of u permitteert zich zoiets ongewoons als renpaarden. Soms zult u uit uw slaap gehouden worden door zorgen om uw medewerkers of klanten. Dat hoort erbij. In romans leest u dat u niet de enige bent die zorgen heeft.

Zo kunt u niet alleen aangenaam leven, maar neemt u ook deel aan de cultuur en weet u dat hetgeen u doet ook anderen helpt en blij maakt. U bent een goed mens. Dat is helemaal niet moeilijk.

Geld

Als u geld overhoudt, maar het niet wilt uitgeven, kunt u het iemand lenen, die net te weinig heeft, bijvoorbeeld omdat hij door een ongeluk hogere uitgaven heeft dan hij kan betalen, of omdat hij een goed idee heeft maar niet over de middelen beschikt om het te realiseren. Zo kan men elkaar helpen. Dat heeft veel met vertrouwen te maken. De schuldheer vertrouwt erop, dat de schuldenaar zijn schuld zal terugbetalen. De schuldenaar vertrouwt erop dat de schuldheer het overeengekomen onderpand, bijvoorbeeld een huis, ook echt alleen als zekerheid beschouwt en niet als middel om zich te verrijken.

Het Christendom heeft lange tijd verboden om rente te vragen voor geleend geld. De islam verbiedt het nog steeds. Ondertussen beschouwen wij een matige rente niet als verwerpelijk, maar woekerrentes, waarmee men de schuldenaar in een steeds grotere afhankelijkheid plaatst, zijn bij wet verboden.

U kunt ook aandelen van een bedrijf kopen. Dan draagt u in slechte tijden een deel van het risico en ontvangt in goede tijden dividend.

Helaas kan men met geld meer doen en hoe u zich daartoe verhoudt, beslist over de vraag of u een goed of een slecht mens bent.

Speculeren

U steekt uw energie bijvoorbeeld in speculeren. U koopt van een arme donder, die in geldnood verkeert, iets dat in waarde stijgt en verdient daarmee geld zonder enige vorm van eerlijke arbeid. Vroeger zat er een luchtje aan speculeren, maar u en andere speculanten zijn er vandaag de dag in geslaagd om argeloze politici te laten denken dat het goed is. Wie hard werkt, die mag rustig meer verdienen. U bent met speculeren rijk geworden, dus hebt u harder gewerkt. Dat deze gevolgtrekking logisch gezien onzin is, merkt niemand meer wanneer men ze maar vaak genoeg herhaalt.

Ja maar, zult u zeggen, men moet toch  nu en dan speculeren om geld voor investeringen te hebben. Het doel heiligt de middelen nietwaar? – Dat is een lastige discussie waarop we hier niet verder ingaan. We stellen slechts vast, dat het doel bij u vaak niets anders is dan nieuwe speculaties, die verder speculeren mogelijk maken, zodat u nog meer kunt speculeren.

Productiemiddelen

Of u eigent zich schaarse productiemiddelen toe. Lang geleden waren dat landerijen, daarna machines en vandaag zijn het vooral rechten en patenten, zelfs rechten op lucht en zendfrequenties in de ether. Of hele water-, stroom- en spoornetwerken van steden en landen. U kunt dan de prijzen en de lonen dicteren, u hebt macht over alle medewerkers en klanten en hoeft steeds minder op de kwaliteit te letten, omdat niemand meer zonder u kan.

Jaren geleden heeft een Duitse bondskanselier zijn landgenoten eens gerustgesteld: het land, de provincies en gemeentes hebben inderdaad een hoge schuldenlast, maar daar zouden ook enorme bezittingen tegenover staan. De spoorwegen, metro’s, waterleidingen, ziekenhuizen, sociale woningbouw, het telefoonnet enz., dat alles was toch bezit van de gemeenschap. Helaas waren de politici en burgemeesters na hem zo geldbelust en stom, dat ze al deze bezittingen aan mensen zoals u verkocht hebben. U als eigenaar van deze middelen en rechten kunt nu overal geld afromen en nog meer schaarse middelen en rechten kopen, zonder ook maar iets nuttigs te doen. Kranten noemen dit refeodalisering, en dat is het ook.

Feodalisme

Een feodale heer moet steeds op zijn hoede zijn en voorkomen dat een ander hem zijn bezit afpakt. Daarvoor moet hij sterk zijn en blijven, dus het liefst regelmatig een ander alles afnemen. Vroeger ging dat met veel bloedvergieten gepaard, vandaag de dag beschikken we daarvoor over de markten. En de staten zorgen ervoor dat de moderne rooftochten door wetten worden gedekt. Alles volkomen legaal, ook wanneer daardoor vele rechtschapen mensen hun baan verliezen.

U hebt in ieder geval zo weer werk: u kijkt voortdurend schichtig om u heen en grijpt iedere kans aan. En u moet natuurlijk lobbyisten en journalisten aan het werk zetten om de mensen steeds weer te indoctrineren dat het hier om nuttige arbeid gaat. En u moet er voor zorgen dat uw sleutelfiguren zich op alle cruciale posities bevinden. Of u bent zelf niet een der groten, maar zo’n sleutelfiguur. Zoals dat nu eenmaal gaat in een feodaal stelsel.

Zo worden u en uw sleutelfiguren steeds rijker en machtiger. De prijs betalen de mensen, die nog nuttige arbeid verrichten, zoals leraren, verpleegkundigen, jonge wetenschappers en sowieso alle arbeiders. Die worden langzaam maar zeker armer en moeten zich meer en meer zorgen maken over hun toekomst. Want hun pensioenen zijn immers ook in speculaties opgegaan. Daar komen we nog op terug.

Moraal

Bent u een goed mens, wanneer u feodaal heer bent van een wetenschappelijk uitgeversconglomeraat of van een ziekenhuisketen? Of wanneer u voor een feodaal heer een uitgever of een ziekenhuis leidt en daarvoor een veelvoud verdient van hetgeen een leraar of een verpleegkundige verdient? U vindt dat en uw inkomen bewijst het u dagelijks: wie zoveel verdient, moet wel een goed mens zijn.

Maar laten we eens naar uw uitgeverij kijken. De universiteiten betalen voor een abonnement van een wetenschappelijk tijdschrift bedragen, die in geen enkele verhouding staan tot de drukkosten en de redactiewerkzaamheden. De universiteiten komen daardoor in geldnood, en jonge wetenschappers moeten met slecht betaalde, tijdelijke contracten vrezen voor hun bestaan. Ze moeten telkens weer hun kwaliteit bewijzen met publicatie op publicatie. Het daarvoor noodzakelijke onderzoek betaalt de universiteit en niet uw uitgeverij. De auteur, die voortdurend onder publicatiedruk staat, staat alle rechten van zijn tekst af aan uw uitgeverij, omdat hij geen andere mogelijkheid heeft. Wanneer het om de publicatie van een boek gaat, draagt hij in zijn wanhoop daar bovenop nog bij aan de drukkosten. Wanneer het er in uw uitgeverij zo aan toe gaat, bent u geen goed mens. U benadeelt universiteiten en onderzoekers om uzelf te verrijken Daarbij hebt u minder affiniteit met onderzoek en onderwijs dan een boer met zijn melkkoe.

Of laat ons eens kijken naar uw ziekenhuis. Wellicht verbiedt de staat dat ziekenhuizen winst maken. Maar daar hebt u een oplossing voor gevonden: uitbesteding. Al het mogelijke wordt door bedrijven gedaan die wel degelijk winst mogen maken: de schoonmaak, het eten, de apotheek, de vervaardiging van prothesen en medische apparaten, zelfs het beantwoorden van telefoongesprekken. Deze bedrijven laten zich goed betalen, omdat zij hooggespecialiseerde diensten leveren. Een ziekenhuis kan per slot van rekening niet door de eerste de beste schoonmaakster worden gereinigd. Daarvoor heeft men een gespecialiseerd bedrijf nodig, waar duur betaalde managers, uw sleutelfiguren, de schoonmaakster met hongerloon controleren. En om alles optimaal te laten functioneren moet u de artsen zich zodanig zorgen laten maken om hun inkomen en aanstelling, dat ze ook dan gewrichten inbouwen en organen verwijderen, wanneer de noodzaak daartoe er eigenlijk helemaal niet is. Wie zich als patiënt met pijnlijke knie in een van uw ziekenhuizen waagt, komt er niet zonder kunstgewricht weer uit. De angst regeert: angst bij de artsen, verpleegkundigen, patiënten en vooral bij de uitzendkrachten, die zich in de uitbestede werkzaamheden afmatten. Als het er in uw ziekenhuis zo aan toegaat, kunt u geen goed mens zijn. Alleen daarom al niet, omdat zorg en naastenliefde u niet aan het hart gaan.

En omdat u geen goed mens bent, maar uzelf voorhoudt, dat hoge beloningen en winsten aantonen hoe goed u bent, zoekt u telkens weer naar nieuwe inkomstenbronnen.

Bijvoorbeeld de werkelozen en arbeidsongeschikten. Die krijgen van de staat een kleine uitkering, zodat ze niet creperen. Die kunt u verslaafd maken, zodat ze in een van uw speelhallen het geld vergokken, dat ze bij elkaar gebedeld of gestolen hebben. Of u maakt ze verslaafd aan drugs, wanneer u over de juiste contacten beschikt. Dan schrikken ze ook niet terug voor roofovervallen, om hun heroïne te bekostigen. En wanneer ze vervolgens in een afkickkliniek komen, kunt u daar ook weer aan verdienen. In Amerika zijn ook reeds gevangenissen geprivatiseerd, waarmee de cirkel rond is.

Uw hele moraal bestaat uit de vergelijking geld=goed. Een enkel getal is voldoende om na te gaan hoe goed u in verhouding tot anderen bent. Ook in het Engels rijmt de formulering zowel aan de voor- als de achterkant, maar zij is minder nauwkeurig: greed is good. “Hebzucht is goed”. Hebzucht zou ook betrekking kunnen hebben op het verzamelen van bierdoppen of lucifersdoosjes. Maar het gaat om geld.

Een Duits reclamebedrijf, niet in het bezit van een goed woordenboek en op zoek naar alliteratie, heeft daarvan vervolgens weer de pijnlijke slogan “Geiz ist geil” gemaakt Pijnlijk, omdat het immers niet om Geiz (gierigheid), maar om hebzucht of gulzigheid moet gaan, en omdat de koppeling aan seksuele opwinding een behoorlijke miskleun is.

Hoe dan ook: voor mensen zoals u is geld simpelweg de maatstaf: geld=goed.

INHOUDSOPGAVE

  1. Arbeid 7
  2. Geld 9
  3. Speculeren 11
  4. Productiemiddelen 12
  5. Feodalisme 13
  6. Moraal 15
  7. Cultuur 21
  8. Sprinkhanen 24
  9. Gokken 26
  10. Op de Galerij 31
  11. Staat 35
  12. Broederschap 38
  13. Gelijkheid 44
  14. Vrijheid 52
  15. Democratie 55
  16. Kitsch 58
  17. Vorming 63
  18. De Tovenaarsleerling 69
  19. Machines 71
  20. Financiële markten 74
  21. Betrouwbaarheid 76
  22. Berekenbaarheid 79
  23. De nieuwe kleren van de keizer 85
  24. Organismen 87
  25. Parasieten 90
  26. Bewustzijn 92

Hanno Wupper

  6 Responses to “Geld en goed”

  1. Ik heb het boek gelezen en ik vond het een leuk te lezen en goed geschreven boek.

    Het boekje beschrijft kort en krachtig hoe onze wereld draait om geld en waarom dit niet goed is. Het beschreef voor mij de wereld op een manier, zoals ik er nog nooit eerder naar had gekeken. Het opende als het ware mijn ogen en het voelt goed om dit gezien te hebben en te begrijpen. Ik denk dat veel mensen hun ogen geopend moeten hebben en dat zij dit boekje moeten lezen omdat het zo helder beschrijft wat er fout gaat.
    Door onze opvoeding krijg je het idee dat geld = goed en dat je beter bent naarmate je meer geld hebt. Deze moraal is echter verkeerd en maakt van onze wereld, een gierige wereld. Naarmate je verder komt in het boek zie je steeds meer in waarom dit slecht is. Het zet je aan het denken en uiteindelijk kom je tot de beslissing dat onze moraal veranderd moet worden.

    N. van Rijsbergen, student RU

  2. Ik heb het boek met plezier uitgelezen en begrijp nu na enig aarzelen aanpak en doel: met heldere taal vanaf een vrij abstract niveau mensen informeren zonder ze lastig te vallen met de eindeloze discussie die plaatsvindt achter elke zin uit je boek. Daarom begrijp ik ook dat er geen ruimte was voor een appendix met voor elk hoofdstuk enkele goede bronnen. Wanneer je dit doet, gaat het gesprek gaat draaien om details in plaats van over de algemene punten die je maakt.

    Mijn eigen boek(je?) dat ik begon te schrijven en nog niet zie afmaken in de nabije toekomst, lijkt op dit boek qua ‘concept/indeling/perspectief’ met daarbij:

    (1) detailuitwerking met bronnen bij elk van de hoofdonderwerpen

    (2) Een lijn van “vroeger” – “nu” – “toekomst” die duidelijker naar voren komt. (Hier verwerkt in het verhaal per hoofdstuk, ik zou dat aparte delen van het boek maken: part 1 tot 3.)

    (3) Geen specifieke houding aannemen, maar meedelen van informatie/perspectief.

    Ondanks dat de insteek (algemeen/voor groot publiek/abstract ipv detail) en afgezien van mijn perspectief van “meer bronnen/concreter” mis ik wat meer de connectie tussen “waarom is wat er geschreven is belangrijk voor mij”. Want het leest goed weg als een beschrijving van het huidige en verleden/toekomst, maar; hoe kan een persoon zich identificeren met die situatie en voelen dat de persoon actie moet ondernemen (dan wel meer kennis over het onderwerp op doen, dan wel hoe het invloed heeft op hun leven nu en welke acties ze kunnen nemen, etc.). Ik gok dat hier ook de overweging weer is geweest; geen vast standpunt aannemen maar de lezer laten denken en besluiten wat het betekent. In principe goed; maar gezien de context/huidige maatschappij en komende oorlog(en) en kampen; lijkt het me meer een plicht om enigszins het voortouw te nemen in dat gevaarlijke gebied om enkele conclusies te melden en eventuele eenvoudige acties. Dat hoeft niet ze te zijn in de vorm van “val de overheid aan”, “hack banken totdat ze kapot zijn” of dergelijk; want dat is onzin om voor te stellen. Echter; wel in de vorm van abstracter: een lijst met vragen om over na te denken, enkele richtingen geven waarom dit belangrijk is op dit moment. Iedereen snapt de pijn van de economische crisis en misbruik/corruptie van/in onze overheid en maatschappij, het boekt doet dat gevoel ook recht; maar je valt daarna in het lege wanneer de mensen die nu overtuigd zijn van de informatie, het begrijpen, het nu niet weten toe te passen (wijsheid?) wegens gebrek aan concrete richting. Ook hier zal jouw keuze zijn geweest: als de informatie door de persoon wordt begrepen op zijn/haar manier; dan volgen daar vanzelf de acties uit die voor die lezer gepast zijn, omdat in algemene zin de situaties elke persoon treffen en dus voor mogelijke impulsen zorgen.

  3. Of het boek daadwerkelijk bedoeld is als een oproep tot klassestrijd tussen bourgeoisie en intelligentsia weet ik niet, maar dat is exact de moraal die ik eruit haal.

  4. Bij het lezen van “Geld en goed” ben je er snel van bewust hoe ingewikkeld en zelfs hoe onontwarbaar bijna onze maatschappij is geworden. In sommige gevallen is er inderdaad een donkere onbekende wirwar van onderaardse gangen ontstaan waarvan niemand nog de architectuur kan achterhalen.

    Dit is een spijtige vaststelling waarbij je toch wel grotendeels overmand wordt door een gevoel van machteloosheid.

    Het beeld van de “leerling – tovenaar ” is prachtig gekozen en erg toepasbaar op de bankencrisis die op dit moment onze samenleving mee in een negatieve spiraal duwt. Vroeger heb ik gedacht: “zulke bestuurders van banken moeten toch wel een goed inzicht hebben in de economie en moeten toch wel goed de toekomst kunnen inschatten”, tot duidelijk bleek dat de badkuip maar bleef overlopen en zij daar helemaal niets konden aan doen, tot duidelijk bleek dat zij zelfs niet ernstig aansprakelijk werden gesteld voor de grote chaos die zij of hadden aangericht of niet hadden kunnen beletten.

    Het wrange van heel de historie is nog dat in sommige landen er dan nog precies bankiers worden bijgehaald om de situatie “op te lossen”, terwijl juist zij ten overvloede hebben bewezen dat zij hun taak niet aankonden.

    Ludo Helsen
    eregedeputeerde
    Antwerpen

  5. Simpel en helder Nederlands (hoewel ik begrijp dat dat oorspronkelijk simpel en helder Duits geweest is) en geïllustreerd met duidelijke voorbeelden wordt aangegeven waar de echte fouten in de huidige maatschappij zitten en hoe en waarom ze er konden komen.

    De herkenbaarheid is groot en het gevoel van voortdurend onbehagen ook. Met andere woorden; de auteur weet duidelijk de vinger op de zere plek te leggen. Maar het vervelende van zo’n boodschap is dat deze over het algemeen niet gehoord wil worden. Als het goed gaat, willen de mensen alleen maar horen dat ze goed bezig zijn. En als het slecht gaat, willen de mensen vooral horen dat het beter gaat worden. Vandaar dat populisten goede zaken doen in slechte tijden. Als het slecht gaat is het laatste wat de mensen willen horen dat het

    -1- grotendeels hun eigen collectieve schuld is
    -2- de situatie niet een “snelle fix” kent
    -3- het nog veel erger gaat worden.

    Als je de grote lijnen doortrekt is er eigenlijk maar 1 conclusie mogelijk en die is dat deze weg leidt tot revolutie. Dat heeft de historie onderhand al meermalen bewezen. Waar de heersende macht (Feodale heren, staatshoofden of “captains of industry”) altijd op neerkijken is de stuwende kracht van elke maatschappij; de werker, de simpele, lage, geminachte arbeider. Maar het geld wat zij ergens wegpompen wordt uiteindelijk altijd ergens anders opgebracht door diezelfde arbeider. En het is uiteindelijk de minachting voor die arbeiders en het weigeren rekening te houden met de omstandigheden waaronder die moeten leven en werken (fysiek, sociaal en economisch) die ze in staat stelt om zichzelf boven alles (uiteraard inclusief de wet) te stellen en met niets en niemand meer rekening te willen houden. Fysiek geweld en het volledig omvergooien van het heersende systeem door diegenen wiens positie al geruime tijd onhoudbaar/onwerkbaar/onleefbaar is geworden (en die dus niets meer te verliezen hebben) vormen dan uiteindelijk de reactie daarop.

    Waarna de cyclus weer langzaam opnieuw begint, want uit de resulterende chaos dient uiteindelijk toch weer regelmaat en zekerheid te ontstaan, en dat vraagt om regels, leiders, uitvoerenden etc. die in eerste instantie uit de gelederen van de revolutionairen worden gekozen (en dus bevlogen met “goede principes” zijn) maar gaandeweg naarmate de structuur zich uitbreidt komen er weer mensen met minder heldere idealen en andere prioriteiten in het netwerk en na verloop van tijd worden de oorspronkelijke bevlogen bestuurders ook weer vervangen door bankzitters en zakkenvullers. Het schijnt toch grotendeels de aard van het beestje te zijn.

    Het lijkt me dat we als soort dom genoeg zullen zijn om te besluiten dat we uiteindelijk de echte beslissingen aan de een of andere vorm van kunstmatige intelligentie moeten overlaten en ik ben er persoonlijk van overtuigd dat, wanneer die kunstmatige bestuursvorm inderdaad intelligent is, diens enige logische conclusie moet zijn dat deze planeet een stuk beter af is zonder dat de mens als levensvorm daarop voorkomt, waarmee de weg open ligt voor Terminator- en Matrix-achtige toestanden. Tenzij we voor die tijd een genetische modificatie ondergaan die maakt dat het najagen van bezit (de grondslag van consumeren en daarmee de grondslag van de huidige situatie) zodanig ondergeschikt wordt gemaakt aan respect voor de planeet en onze medebewoners dat het geen primaire functie meer is, maar op tertiair of nog lager niveau komt te liggen. En dat zie ik zo gauw niet gebeuren. Het implementeren van zoiets radicaals zou nooit wettig kunnen gebeuren en dus illegaal, voor de duur van tenminste een generatie, nagenoeg wereldwijd dienen te worden toegepast. Gezien de enormiteit ervan en de benodigde faciliteiten; dat hou je niet lang genoeg stil.

Leave a Reply to Dirk van der Linden Cancel reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>