dec 072009
 

Door Hanno Wupper

burka’Maatregelen tegen nikab werken louter averechts’ kopt Trouw op 4 december 2009. In dit artikel onderscheidt de antropologe en arabiste Annelies Moors twee soorten vrouwen die een gezichtssluier dragen: zulke die wél goed geïntegreerd zijn, de Nederlandse taal beheersen en “voor hun geloof […] kiezen” en zulke die zonder gezichtssluier van hun man het huis niet uit mogen. Vrouwen uit deze laatste groep zouden door een verbod bijzonder gediscrimineerd worden omdat ze daardoor helemaal niet meer deel mogen nemen aan het maatschappelijke leven. Een tijd geleden heeft Bisschop Simonis, die altijd opkomt voor de rechten van vrouwen, het recht op boerka’s verdedigd omdat men nonnen in habijt met dikke brillen ook niet zou kunnen herkennen. En de PVV wil het e.e.a. met een “taks” regulieren. Voor- en tegenstanders van een verbod sturen ingezonden brieven met troebele redeneringen. Eigenlijk is dit vraagstuk bijzonder eenvoudig, als we tenminste alles weglaten wat er niet toe doet.

Een van de uitgangspunten van onze cultuur is dat men elkaars gezicht kan zien. Dat maakt communicatie mogelijk. Dat maakt individuen herkenbaar. Dat geeft een prettig gevoel. Dassen, zonnebrillen en hoeden dan? Geen probleem: vrijwel iedereen heeft zo veel fatsoen dat hij zijn spiegelbril afzet als hij iemand aanspreekt. Desnoods helpt een beleefd verzoek. Nonnen in habijt zijn geen tegenvoorbeeld: men kan hun gezichten van elkaar onderscheiden en zien of ze glimlachen. Motorrijders dienen hun helm af te zetten zodra ze een pompstation binnenlopen.

ku-klux-klanIn veel landen kent men een wettig vermommingsverbod (met de nodige folkloristische uitzonderingen op gezette tijden en plaatsen). Omdat men in tram, restaurant of collegezaal niet omgeven wil zijn door onduidelijke figuren onder bivakmutsen, integraalhelmen, Ku-Klux-Klan-mutsen, carnevalsmaskers of beulskappen met oogspleten. Dit uitgangspunt is objectief verdedigbaar. De resulterende regel is makkelijk te formuleren en te handhaven. Een vermommingsverbod is alleen daarom al niet discriminerend omdat men helemaal niet kan weten wie vermomd is! Dit moet ook uit te leggen zijn aan buitenlandse ministers.

Met godsdienst moeten we zo’n verbod redelijkerwijs niet in verband brengen. Anders zou iedereen die iets wil doen wat zijn medemensen bang maakt of wat verboden is zich kunnen beroepen op zijn godsdienst. Wie bepaalt welke godsdienst en welke voorschrift wel of niet gerespecteerd wordt? En wie onderscheidt of ik me vermom omdat mijn god het van me verlangt of dat ik toevallig tien minuten later een apotheek wil overvallen?

Omgekeerd: Wie graag om redenen van geloof, geaardheid of zelfverwezenlijking in de openbare ruimte dingen wil doen waaraan anderen aanstoot nemen, moet altijd kiezen tussen zich volledig aanpassen, het fatsoen waren, af en toe iemand uitdagen, speels een grensje verleggen, provoceren en je medemensen de stuipen of het lijf jagen. Dat is vrijheid, en dat maakt het leven juist spannend. Wie vindt dat hij moet provoceren, heeft een probleem, hoe meer de provocatie het sociale verkeer verstoort, hoe groter.

Daarom moeten we het gewoon hebben over “vermommingsverbod”, niet over “boerkaverbod”. Denkoefening: Als het verkeer eronder lijdt dat mensen door rood rijden of op de verkeerde zijde van de weg, komen er boetes. Ook Britten rijden in Nederland rechts, en als ze van hun vrouw alleen links mogen rijden, moeten ze dat thuis doen. Niemand haalt het in zijn hoofd dat dit discriminerend is of het Verenigd Koninkrijk beledigt. Niemand zou het “het Brittenverbod” noemen.

Hanno Wupper

 Leave a Reply

(required)

(required)

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>